-
ADA027
De verschijning van Stefanus voor het Sanhedrin
Het verschijnen van Stefanus voor het Sanhedrin (Handelingen 6.12-15), omstreeks 34-35 n.Chr., wordt in gang gezet door Hellenistische tegenstanders uit de synagoge van de Vrijgelatenen. Omdat ze zijn wijsheid niet kunnen weerleggen, nemen ze hun toevlucht tot valse getuigen. De beschuldigingen betreffen de tempel en de Wet en doen denken aan het proces tegen Jezus. Lucas trekt zo een bewuste parallel tussen de Meester en zijn leerling.
Handelingen 5.27-33 (De Heilige Schrift 1917) :En als zij hen gebracht hadden, stelden zij hen voor den raad; en de hogepriester vraagde hun, en zeide:Hebben wij u niet ernstiglijk aangezegd, dat gij in dezen Naam niet zoudt leren? En ziet, gij hebt met deze uw leer Jeruzalem vervuld, en gij wilt het bloed van dezen Mens over ons brengen.Maar Petrus en de apostelen antwoordden, en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen.De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, Welken gij omgebracht hebt, hangende Hem aan het hout.Deze heeft God door Zijn rechter hand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israel te geven bekering en vergeving der zonden.En wij zijn Zijn getuigen van deze woorden; en ook de Heilige Geest, Welken God gegeven heeft dengenen, die Hem gehoorzaam zijn.Als zij nu dit hoorden, barstte hun het hart, en zij hielden raad, om hen te doden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org